Kinderverhalen

Anna is ziek

Mama maakt Lucas wakker. De vakantie is voorbij en het is tijd om weer naar school te gaan. Lucas springt uit bed en trekt zijn kleren aan. Beneden eet hij bij de tafel een broodje, terwijl mama zijn tas klaarmaakt. Dan gaat ze naar boven om Elizabeth aan te kleden. Als Lucas zijn broodje op heeft gaat hij ook naar boven. Hij poetst zijn tanden en kamt zijn haren. Mama doet er een beetje gel in. Dan gaan ze weer naar beneden. Lucas trekt zijn schoenen en zijn jas aan. Als mama Elizabeth in de buggy heeft gezet gaan ze naar buiten. Lucas kijkt naar het huis van Anna, maar Anna komt niet. Ze blijven even wachten, maar Anna komt niet naar buiten. ‘Misschien is ze al op school’, zegt mama. Soms brengt de papa van Anna haar met de auto naar school.

Als ze op school zijn, geeft Lucas mama een kus en loopt gauw naar zijn klas. Hij hangt zijn tas en jas aan de kapstok en loopt het lokaal in, maar Anna zit niet op haar stoel. In de pauze loopt Lucas naar juf. ‘Juf weet u waar Anna is?’, vraagt hij. ‘Anna is ziek’, zegt juf. ‘Hoe kan dat nou’, zegt Lucas, ‘gisteren waren we nog aan het spelen.’ Juf haalt haar schouders op. ‘Soms gebeurd dat’, antwoord ze.

Als ‘s middags de bel gaat rent Lucas naar mama. ‘Anna is ziek’, verteld hij. Mama knikt. ‘Ik weet het’, antwoord ze, ‘De moeder van Anna kwam even langs toen Anna sliep. Ze heeft de waterpokken.’ ‘Waterpokken?’, zegt Lucas, ‘wat zijn dat?’ ‘Dat zijn bultjes die heel erg jeuken’, antwoord mama. ‘O, je bedoeld muggenbulten’, zegt Lucas. Mama lacht. ‘Daar lijkt het wel op, alleen komen deze bultjes niet van een mug, maar van een virus. Net zoals griep en verkoudheid.’ ‘O’, zegt Lucas teleurgesteld. ‘Dan mag ik dus niet naar haar toe.’ Mama schud haar hoofd. ‘Normaal gesproken niet, maar omdat jij nog geen waterpokken hebt gehad zou ik het juist fijn vinden als je wel gaat.’ Lucas kijkt mama verbaasd aan. ‘Wil je dat ik ziek wordt?’ vraagt hij. Mama lacht. ‘Eigenlijk krijgt iedereen wel een keer waterpokken. Maar het is beter om het te krijgen als je kind bent. Dan heb je er minder last van. Dus daarom vind ik het nu niet erg als je waterpokken zou krijgen.’

Zodra ze thuis zijn rent Lucas naar Anna. ‘Wel rustig doen he’, roept mama hem na. Lucas knikt. Anna speelt in de woonkamer. Ze heeft allemaal rode bultjes in haar gezicht. ‘Hoi’, roept ze vrolijk. ‘Hoi’, antwoord Lucas. ‘Doet het pijn?’ Anna schud haar hoofd. ‘Het jeukt alleen een beetje’, antwoord ze. Ze spelen de hele middag samen en af toe krabt Anna aan de bultjes. Als het tijd is om naar huis te gaan vraagt Lucas, ‘ben je morgen weer op school?’ Anna kijkt naar haar moeder. Die schudt haar hoofd. ‘Nee, morgen nog niet. Eerst moeten de bultjes korstjes worden, dan mag je weer naar school.’ ‘Hoe lang duurt dat?’, vraagt Anna. ‘Meestal een week’, antwoord mama, ‘maar soms gaat het sneller.’ ‘Mag Lucas morgen weer komen spelen?’, vraagt Anna. ‘Ja hoor’, antwoord mama. ‘Oke’, zegt Lucas, ‘tot morgen dan.’ Anna kijkt door het raam hoe Lucas door het poortje in de schutting weer naar zijn eigen huis gaat. Ze zwaait. ‘Daag, tot morgen.”

Als mama Lucas ‘s avonds naar bed brengt, vraagt Lucas, ‘kunnen we aan de Here Jezus vragen of Hij Anna beter wil maken?’ Mama knikt. ‘Dat is een goed idee.’ ‘Lieve Here Jezus wilt U Anna snel weer beter maken, zodat ze weer naar school kan? Amen’, bid Lucas.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *