Kinderverhalen

Het kinderkerstfeest

Morgen is het kerst, maar vanavond gaat Lucas met zijn papa, mama, broer en zussen naar de kerk. Ze gaan altijd op zondagmorgen naar de kerk, als het licht is. Maar nu is het donker en avond. Lucas vind het best spannend. Maar weet je wat zo leuk is? Anna gaat mee. Anna wil al een hele tijd zo graag met Lucas mee naar de kerk. En nu, nu had haar mama gezegd dat het mocht.

De papa’s en mama’s gaan naar de grote-mensen-dienst en Anna mag met Lucas en Hannah mee naar het kinderkerstfeest. Sarah past op de kleine Elizabeth en de andere kleine kinderen en Micha mag op het drumstel spelen tijdens de grote-mensen-dienst. Anna vind het best een beetje spannend. Ze wachten in de hal van de kerk tot de grote-mensen-dienst begint. Dan gaan ze naar een gebouw naast de kerk. Als ze in het andere gebouw zijn, doet iedereen zijn jas uit en zoekt een plekje om te zitten. Anna zit tussen Lucas en Hannah in. Vooraan staan een paar kinderen met een microfoon en ergens in de zaal zit een jongen achter een computer. Hij klikt ergens op en dan horen ze muziek. De kinderen met de microfoon zetten in en alle kinderen zingen mee. Alleen Anna niet, want ze kent de liedjes niet. Na een aantal liedjes komt er een mevrouw naar voren. Iedereen wordt stil en de mevrouw begint een verhaal te vertellen.

‘Lang geleden leefde er in het stadje Nazareth een jonge vrouw. Haar naam is Maria. Maria was in de keuken bezig met het eten toen er ineens een fel licht scheen. Maria knipperde met haar ogen en zag een engel staan. Hij zei: ‘Maria, er zal een baby’tje in je buik gaan groeien en die moet je Jezus noemen.’ ‘Maar dat kan niet’, zei Maria, ‘ik ben nog helemaal niet getrouwd.’ ‘Het kindje is de Zoon van God’, zei de engel. Toen geloofde Maria hem. Jozef was verliefd op Maria en wilde met haar trouwen, maar toen hij hoorde dat ze een baby kreeg wilde hij weggaan. De engel die bij Maria was geweest kwam ook bij Jozef en zei dat Jozef op aarde de papa mocht zijn van het kindje Jezus. Jozef werd daar heel blij van en dus ging hij toch met Maria trouwen.

Toen de baby bijna geboren werd moesten Jozef en Maria een hele lange reis maken, want de koning wilde weten hoeveel mensen er in zijn land wonen. Jozef moest naar de stad waar hij geboren was om daar zijn naam op te laten schrijven. Die stad was heel ver weg. Toen ze bij de stad aankwamen konden ze nergens een plekje vinden om te slapen. Iemand zei dat ze wel in zijn stal mochten slapen. In die stal werd de baby geboren. In een weiland vlakbij die stal waren herders op de schapen aan het passen. Ineens kwam er een engel die de herders vertelde van de baby. Hij zei dat het een hele bijzondere baby was. De herders gingen op zoek naar de stal en vonden Jozef en Maria en de baby. Ook kwamen er 3 hele wijze mannen op bezoek. Zij hadden een ster gezien. En omdat ze zo wijs waren wisten ze dat die ster betekende dat er een bijzondere baby geboren was. Ze hadden hele dure cadeaus meegenomen. Zo kwam de Here God als een klein baby’tje naar deze aarde’, sluit de mevrouw af.

Dan zingen ze nog een paar liedjes en gaan ze een mooie kerststal knutselen. Anna vond het een heel mooi verhaal. Zou die baby nou dezelfde Jezus zijn als de Jezus waar Lucas het altijd over heeft?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *